De ECB en het grote monetaire experiment

In de grote ‘centrale bankiers-draaimolen’ was deze week de ECB opnieuw aan de beurt. Nadat die in december iedereen nog ontgoochelde met vrij magere extra maatregelen, bleek Mario Draghi van plan om dat geen tweede keer te laten gebeuren.

ECB pakt uit

De ECB pakte dan ook uit met een hele reeks extra maatregelen:

  • De belangrijkste rentevoet wordt verlaagd naar 0%, de depositorente naar -0,4% (van respectievelijk 0,05% en -0,3%)
  • Het maandelijkse bedrag voor het aankoopprogramma wordt verhoogd van 60 miljard euro naar 80 miljard
  • Naast overheidsobligaties gaat de ECB nu ook bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit aankopen
  • Er wordt een nieuw programma gelanceerd waarbij banken voor lange tijd (4 jaar) geld kunnen lenen bij de ECB aan een rente die kan zakken tot de depositorente (-0,4%) op voorwaarde dat die banken een bepaald niveau van kredietverlening halen

Screen Shot 2016-03-11 at 16.45.32

In essentie probeert de ECB daarmee nog maar eens om via de kredietverlening van de banken extra geld in de economie te pompen. De bedoeling is vooral om krediet goedkoper te maken in de hoop dat gezinnen en bedrijven dan meer gaan investeren, wat voor extra groei en op termijn terug hogere inflatie moet zorgen.

Totnogtoe was dat geen succes, en het blijft hoogst twijfelachtig of deze extra maatregelen veel zullen uitmaken. Binnen het denk- en werkkader van de ECB is er evenwel weinig keuze. De ECB heeft immers maar één officiële doelstelling: de inflatie onder, maar dichtbij 2% te houden. En om die doelstelling waar te maken, heeft de ECB eigenlijk maar één instrument (met variaties daarop): de geldhoeveelheid in de economie proberen te sturen.

Ondertussen mist de ECB haar doelstelling al drie jaar op rij aan de onderkant, en ziet het er naar uit dat dit nog een tijdje blijft duren. In dat kader is het voor de ECB logisch om te blijven proberen daar iets aan te doen, ook al zijn er terechte twijfels over de haalbaarheid daarvan. Verdere stimulusmaatregelen vallen dan ook niet uit te sluiten. En daarbij blijven er ook vandaag nog heel wat mogelijkheden:

  • Ongeacht wat Draghi beweert, kan de rente nog lager. Zo bedraagt de Zwitserse beleidsrente -0,75%
  • Het aankoopprogramma kan nog opgevoerd worden. Ook als alles uitgevoerd wordt zoals nu aangekondigd, zal de ECB nog altijd minder extra geld gedrukt hebben dan de andere grote centrale banken
  • De ECB kan nog andere activa gaan opkopen. Zo koopt o.a. de Japanse centrale bank vandaag ook al aandelen op

Wat dit uiteindelijk allemaal zou opleveren, is uiteraard een heel andere vraag.

Waar gaat dit allemaal naartoe?

Over de gevolgen van dit beleid op langere termijn lopen ondertussen verregaande discussies. De ongemakkelijke realiteit is dat monetaire stimulus op deze schaal nog nooit geprobeerd is. Er is zelfs geen historisch precedent dat ook maar een beetje in de buurt komt.

Verschillende scenario’s zijn mogelijk:

  • De standaardtheorie werkt wel (met vertraging) en het monetaire beleid resulteert uiteindelijk in een redelijke economische groei en een normalisatie van de inflatie
  • De klassieke monetaire theorie waarbij geldcreatie tot inflatie leidt neemt de bovenhand en het huidige beleid mondt uit in een ontsporing van de inflatie
  • De extra geldcreatie komt niet in de reële economie terecht, maar blaast in de financiële sfeer nieuwe zeepbellen op die uiteindelijk terug uiteen spatten
  • Het monetaire beleid blijkt echt ineffectief en de economie raakt vast in een langdurige periode van lage groei, lage inflatie en lage rente
  • Het vertrouwen in het monetaire systeem wordt ondermijnd wat uiteindelijk leidt tot een nieuwe diepe economische crisis

Deze scenario’s hebben uiteraard sterk uiteenlopende implicaties voor de financiële markten.

Implicaties voor de beleggingsstrategie

Voor beleggers is dit sowieso een heel uitdagend klimaat. De traditionele ‘veilige’ overheidsobligaties noteren aan negatieve rentes. En de centrale bankiers voegen een onzekere factor toe die heel moeilijk in te schatten valt. De volatiliteit die we de voorbije maanden gezien hebben, zal allicht nog geruime tijd aanhouden.

Screen Shot 2016-03-11 at 16.45.41

Voor beleggers impliceert dit vooral dat die zich best proberen voor te bereiden op verschillende uiteenlopende scenario’s. En dat die zich vooral niet voor een lange periode vastpinnen op één scenario (dat uiteraard fout kan zijn). De huidige periode van onzekerheid en volatiliteit vereist een voorzichtige en vooral flexibele strategie om in te kunnen spelen op de veranderende omstandigheden.

De volgende principes zijn dan ook cruciaal voor een beleggingsstrategie in het huidige klimaat:

  • Rekening houden met verschillende mogelijke scenario’s en posities inbouwen die in die verschillende scenario’s voor rendement kunnen zorgen
  • Flexibiliteit houden om in te spelen op veranderende omstandigheden. Dat impliceert ook het niet vastklikken aan een benchmark
  • Globale view
  • De mogelijkheid om bij momenten veel cash aan te houden
  • De mogelijkheid houden om bepaalde sectoren en regio’s volledig links te laten als daar geen opportuniteiten liggen
  • Multidisciplinaire aanpak, in plaats van hokjes per asset class. Opportuniteiten kunnen gezocht worden in de hele kapitaalstructuur van de bedrijven/economie

Dat zijn principes die verankerd zitten in het Econopolis beleggingsbeleid, en die ons dan ook helpen om de beleggingsstrategie doorheen deze volatiele tijden te navigeren.



This article was written by Bart Van Craeynest

on 11 March, 2016

On completion of his studies in economics at UFSIA, Bart Van Craeynest started work as an economist in the financial sector. In this capacity he has been following economic developments in Belgium and internationally and the impact of the latter on the financial markets for over 15 years. Following a long period at a large bank, he became chief economist at a Belgian financial institution in 2010. Bart Van Craeynest has held the position of chief economist at Econopolis since 2015. He is co-responsible for the economic line of the house and hence closely involved in developing the investment strategy.