De Vergrijzingscommissie is wel heel optimistisch.

In haar raming van de uitgavenstijging tegen 2060 door de vergrijzing is de Studiecommissie behoorlijk optimistisch, vooral over de economische groei de komende decennia. Nee, het echte begrotings- en hervormingswerk moet eigenlijk nog beginnen.

De regering stelde deze maand de opmaak van de begroting voor 2017 uit tot na de vakantie omdat er vandaag te veel onzekerheid is over het economische klimaat. Helaas zal er ook na de vakantie nog heel wat onzekerheid zijn, en wordt het begrotingswerk er zeker niet makkelijker op. De minister van Financiën bevestigde deze week nog eens de doelstelling van een structureel evenwicht in 2018. Om dat te halen kijkt de regering voor de komende twee jaar aan tegen een structurele begrotingsinspanning van 2,1 procent van het bbp of bijna 9 miljard in euro’s van vandaag. Maar zelfs mocht dat lukken, zijn we er nog lang niet.

Dat werd gisteren nog eens pijnlijk in de verf gezet door de Studiecommissie voor de Vergrijzing (trouwens de enige zinvolle overlever van de Zilverfondswet uit 2001). Volgens haar nieuwe raming zullen in 2060 de jaarlijkse sociale overheidsuitgaven 2,3 procent van het bbp hoger liggen dan nu. In euro’s van vandaag komt dat overeen met een kleine 10 miljard.

Die raming van de uitgavenstijging is evenwel gebaseerd op nogal optimistische hypotheses, en lijkt eerder een ‘bestcase-scenario’. Zo gaat de Studiecommissie ervan uit dat de ingrepen van de regering, onder andere de verhoging van de officiële pensioenleeftijd, er ook effectief toe leiden dat gevoelig meer mensen langer aan het werk blijven. Maar daarvoor zullen allicht nog extra maatregelen nodig zijn, onder meer op het vlak van opleiding, fiscaliteit en arbeidsorganisatie.

Daarnaast is de Commissie vooral optimistisch over de economische groei in de komende decennia. Zo rekent ze op lange termijn op een jaarlijkse toename van de arbeidsproductiviteit – de doorslaggevende factor achter de economische groei – met 1,5 procent. Dat is op z’n zachtst gezegd een opmerkelijke hypothese. Net als de rest van Europa kent België al decennialang een vertragende productiviteitsgroei. Zo bedroeg die productiviteitsgroei sinds 2000 gemiddeld 0,7 procent per jaar.

Trendbreuk

Een versnelling van die productiviteitsgroei is altijd mogelijk, maar dat vergt wel een duidelijke trendbreuk met de voorbije 50 jaar, en dat zal niet vanzelfsprekend zijn. Als de productiviteitsgroei op lange termijn blijft hangen op 1 procent, wat meer in de lijn ligt met de ervaring van de voorbije 15 jaar, dan loopt de stijging van de jaarlijkse sociale uitgaven tegen 2060 op tot 4,6 procent van het bbp of ruim 19 miljard in euro’s van vandaag.

Hopen op sterkere economische groei mag natuurlijk, maar tegen de achtergond van de lessen van de voorbije jaren lijkt het minder verstandig om daar echt op te rekenen.

Ondanks 25 jaar debat en studies over de onvermijdelijke vergrijzing die op ons af komt, is onze welvaartsstaat nog lang niet voorbereid op die enorme uitdaging. Om de overheidsfinanciën weer structureel in evenwicht te krijgen en op termijn de extra uitgaven door de vergrijzing op te vangen staat de overheid voor een begrotingsinspanning van 28 miljard in euro’s van vandaag.

Om dat op te vangen via extra inkomsten zouden de totale overheidsontvangsten moeten stijgen naar 58 procent van het bbp. Evenredig gespreid zou dat een verhoging vereisen van alle huidige belastingen met 15 procent. Dat zou onze economie onvermijdelijk aanzienlijke schade toe brengen.

Anderzijds wordt het ook moeilijk om die inspanning enkel via besparingen waar te maken. Ter illustratie: om op het huidige totale overheidsbudget 28 miljard te besparen volstaat het om het volledige budget voor onderwijs en 85 procent van het defensiebudget te schrappen…

Protest

Een derde mogelijkheid is om via structurele hervormingen onze huidige welvaartsstaat bij te sturen. Zo leveren de eerdere ingrepen van de regering, zoals de inperking van de vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt en de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67, volgens de Commissie op termijn een besparing van 2,1 procent van het bbp op of bijna 9 miljard in euro’s van vandaag.

Alle inspanningen om onze economie structureel voor te bereiden op de toekomst botsten tot dusver op heel veel protest. De nieuwe ramingen van de Studiecommissie bevestigen nog maar eens dat het status quo op langere termijn niet houdbaar is. Het huidige Belgische systeem van arbeidsorganisatie, van sociale zekerheid, van onderwijs en van zoveel meer is gebouwd in andere tijden. Tijden met andere economische perspectieven, met een andere demografische dynamiek, met een andere manier van kennisopbouw en kennisgebruik en met een ander geopolitiek klimaat.

De wijzigende omstandigheden vereisen ook in België aanpassingen. Zoniet neemt de druk de komende jaren alleen maar toe. Het echte begrotings- en hervormingswerk moet eigenlijk nog beginnen.

-Bart Van Craeynest Hoofdeconoom bij Econopolis-

Screen Shot 2016-07-14 at 12.34.52



Econopolis

Cet article a été rédigé par Econopolis

le 14 juillet, 2016

< Lisez le dernier article
L'article suivant >