Focus niet op Caterpillar maar op een sterkere economie.

Nee, ook een verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting sluit toekomstige Caterpillars niet uit. Maar het past samen met een vereenvoudiging van de bedrijfsfiscaliteit wel in de uitbouw van een zo gunstig mogelijk kader waarbinnen bedrijven jobs kunnen scheppen. En dan kan onze economie zulke klappen beter verwerken.

Net als bij eerdere grote bedrijfssluitingen weerklinkt na de aankondiging van Caterpillar vanuit politieke hoek heel wat verontwaardiging en stoere taal. De sluiting van de fabriek in Gosselies is uiteraard een zware klap voor de regio. Niettemin past ze in een langdurige trend in de industrie. Sinds 1995 ging in de sector bijna een kwart van de werkgelegenheid, of 167.000 jobs, verloren. Tegelijkertijd kwamen er sinds 1995 in de dienstensector bijna een miljoen extra jobs bij. De lastige realiteit is dat de verschillende Belgische overheden bitter weinig controle hebben over dat soort bedrijfsbeslissingen. De overheid moet zich vooral concentreren op het scheppen van de best mogelijke omstandigheden waarbij bedrijven jobs kunnen creëren. Het uiteindelijke resultaat in aantal extra jobs wordt hoe dan ook bepaald door het internationale economische klimaat.

De federale regering nam op dat vlak al enkele beslissingen, onder meer om de loonlasten onder controle te houden, maar er zijn nog veel meer mogelijkheden. Een lag vorige week opnieuw op tafel: de hervorming van de vennootschapsbelasting. Het huidige systeem van een hoog tarief met een lange reeks specifieke regimes is verre van optimaal. Met 33,99 procent is het Belgische tarief van de vennootschapsbelasting het tweede hoogste onder de industrielanden (na de VS). Dat tarief is minder belangrijk dan de effectieve belastingdruk op bedrijven, maar het staat toch niet goed op de ranglijstjes die internationale bedrijven hanteren bij hun investerings- beslissingen. Zeker niet als op dat soort lijstjes bij België al waarschuwingen staan in verband met de belastingdruk op arbeid, de relatief hoge lonen, de fileproblematiek, de regelgeving in de dienstensector,…

Vennootschapsbelasting

De impact van het hoge tarief wordt wel verzacht door allerlei uitzonderingsregimes, zoals de notionele intrestaftrek. Maar dat soort regimes staat internationaal onder druk. Nu Europa ook bedrijven als Apple aanpakt omdat ze te weinig belastingen betalen, is het maar een kwestie van tijd vooraleer ook andere specifieke fiscale regelingen ter discussie gesteld worden. De toenemende twijfels over de houdbaarheid van de specifieke regimes kan bedrijven met investeringsplannen afschrikken. In die zin wint het nominale belastingtarief terug aan belang.

Bovendien wordt het huidige debat gevoerd tegen de achtergrond van een globale trend van dalende nominale tarieven in de vennootschapsbelasting. Zo zakte het gemiddelde tarief in de industrielanden de voorbije tien jaar van 27,3 procent naar 24,7 procent. Als kleine, open economie is het voor België vrij zinloos om weerstand te bieden tegen die trend. Als België niet meestapt, tast dat onvermijdelijk onze concurrentiepositie aan.

In die context ligt een verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting voor de hand. En zo’n verlaging moet ook financieel vrij makkelijk haalbaar zijn. Ondanks het tweede hoogste tarief in België halen heel wat industrielanden ongeveer evenveel of zelfs meer inkomsten op met hun vennootschapsbelasting. De vijf industrielanden die een gelijkaardig niveau van inkomsten uit hun vennootschapsbelasting halen, doen dat met tarieven die variëren van 20 procent tot 26,5 procent. Het gemiddelde tarief in die groep ligt op 22,7 procent. Via een verbreding van de belastbare basis – het inperken van de aftrekmogelijkheden – moet het ook in België mogelijk zijn om met een tarief van zo’n 23 procent nog altijd hetzelfde niveau van inkomsten op te halen.

Een verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting hoort zeker tot de schijnbaar eindeloze lijst van potentiële maatregelen die het Belgische belastingstelsel meer ten dienste van de economie kunnen stellen. De klemtoon ligt daarbij niet op een verlaging van de belastingdruk, maar op een vereenvoudiging van de vennootschapsbelasting: een lager tarief met minder aftrekmogelijkheden. Zo’n vereenvoudiging is meer dan welkom. Het Belgische belastingstelsel blijft immers veel te complex. Volgens cijfers van de Wereldbank hebben bedrijven in België gemiddeld 161 uur nodig om hun belastingen te regelen. In Luxemburg kan dat in 55 uur, in Zwitserland in 63 uur.

Klappen verwerken

In het huidige internationale fiscale klimaat van lagere tarieven in de vennootschapsbelasting en minder specifieke fiscale regimes kan België onmogelijk achterblijven. De verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting is op termijn onvermijdelijk. Bovendien kunnen we tegelijktertijd de bedrijfsfiscaliteit vereenvoudigen. Het zou niet slecht zijn om even het gelobby voor specifieke fiscale gunst- regimes en de ruilhandel van het politieke gewin te negeren, en de verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting gewoon te regelen.

Maar zo’n hervorming betekent niet dat toekomstige Caterpillars niet meer mogelijk zouden zijn. Dat kan de Belgische overheid sowieso niet garanderen. Wat ze wel kan doen, is een zo gunstig mogelijk kader uitbouwen waarbinnen bedrijven jobs kunnen scheppen. Naast verdere ingrepen in de loonvorming en de belastingdruk op arbeid en bijkomende investeringen in opleiding, maakt

Bart Van Craeynest Hoofdeconoom bij Econopolis

Screen Shot 2016-09-06 at 09.15.24



Econopolis

This article was written by Econopolis

on 6 September, 2016