TINA maakt weer slachtoffers

De beurscorrectie begint pijn te doen. De Eurostoxx 50 index flitste de belegger op enkele maanden terug van de hemel naar de hel van 2009. De daling van de bankaandelen springt daarbij in het oog. Wat is er aan de hand? Een combinatie van factoren zorgt voor deze scherpe daling: het gelijk van Jamie Dimon, de implosie van het Chinese groeimodel en de perverse gevolgen van centrale bankpolitiek zijn er drie. En TINA heeft de goede huisvader verleid en voor de zoveelste keer in gevaar gebracht.

Het gelijk van Jamie Dimon
De belangrijkste boodschap van 2015 ging helaas onopgemerkt voorbij aan de meeste beleggers. Jamie Dimon schreef in april zijn jaarlijkse brief aan de aandeelhouders[1]. Daarin beschreef hij “de volgende financiële crisis”. “Reken niet op ons om je volgende keer te redden” was zijn boodschap. Omdat grote zakenbanken strengere kapitaalvereisten hebben sinds de vorige crisis, kunnen ze niet meer de rol van buffer spelen in een marktcorrectie. De dalingen zullen daardoor scherper zijn, bij gebrek aan grote koper voor dumpende institutionele beleggers.

Combineer dit met het toegenomen benchmarkbeleggen, de opkomst van ETF’s, het gebruik van hefboominstrumenten en je hebt een cocktail voor zelfvoedende correcties. Dit gebeurde al een eerste keer in augustus 2015, maar toen waren teveel mensen in vakantiestemming om goed te analyseren wat er gaande was. Vandaag krijgt Jamie Dimon nogmaals gelijk: de financiële markten zijn helemaal niet zo liquide als risicomodellen en beleggers verwachten.

Dit maakt de correcties scherper, maar biedt ook kansen voor de langetermijnbeleggers.

Wereldeconomie verliest steunpilaar
De Chinese economie zit in een diepe crisis. Omdat de Chinese statistieken een te rooskleurig beeld geven, dringt dit blijkbaar alleen door bij de beleggers via de signalen van de financiële markten. Grondstoffenprijzen, vrachtprijzen en munten van handelspartners kelderden. De Chinese economie was een belangrijke winstmotor voor Europese bedrijven, en een stimulans voor de wereldeconomie in het algemeen.

De Amerikaanse economie werd daardoor vanaf 2014 de belangrijkste steunpilaar van de wereldeconomie. Nu die motor vertraagt, valt ook die winstdrijver stil. De Europese economie doet het verre van slecht, maar haar stuwkracht is onvoldoende om de twee andere aandrijvers te vervangen.

Perverse gevolgen centrale bankpolitiek
De centrale banken hebben de afgelopen 6 jaar de beleggers verwend met monetaire stimulus. Nulrente, Quantitative Easing en opmonterende beleggerspraatjes waren aan de orde van de dag.

De obligatiemarkten zijn vandaag in comateuze toestand, en worden een dysfunctionele factor in het beleggersbeleid. Gewone diversificatieregels waarop de beleggersindustrie decennialang gebouwd werden werken niet meer: obligaties kunnen geen schokken meer opvangen, bieden geen rendement waardoor beleggers steeds meer risico gaan nemen in allerlei activa. De goede huisvader wordt gedwongen om speculant te worden, het pensioenfonds moet een hefboomfonds worden, de verzekeraar een tovenaar. De perverse effecten van langdurig monetaire overstimulering worden slechts miniem onderzocht, want de incrowd zwijgt zedig of is betrokken partij. Maar de financiële instellingen kreunen, ook de banken. Binnenskamers wordt met toenemende angst gekeken naar het roekeloze beleid van Draghi en cie. Op mijn colum enkele maanden geleden in deze krant antwoordde de ECB via een officieel communiqué (na een interview van Peter Praet) dat “er geen plan B is”. Dat is verontrustend. De ECB en andere centrale banken hebben zich in een doodlopende straat gewrongen. De financiële markten werken niet meer normaal door jarenlange verstoring van marktsignalen door het centralebankbeleid. Beleggers klimmen op de risicoladder onder druk van de “quest for yield”. Net hetzelfde scenario als in de aanloop van de financiële crisis van 2008 dus. Centrale banken zijn ook vandaag blind gebleven voor de nefaste langetermijneffecten van hun eigen beleid.

De nieuwe crisis in de banksector mag ook onder die noemer worden gezet. Zombielanden zijn het gevolg van “kicking te can down the road”: het probleem steeds maar doorrollen. En de onwil om “too big to fail” aan te pakken heeft geleid tot een aantal grote Zombiebanken: iedereen weet dat ze problemen hebben, maar we gaan er niets aan doen. Terwijl de regelgevers hun werk hebben gedaan is de monetaire politiek van de centrale banken er een van zachte heelmeesters geweest in het bankenlandschap.

TINA is een beleggersmisleider
De winsten van de Europese bedrijven als geheel stagneren sinds 2010. Maar de beurzen liepen verder op tot midden 2015. Beleggers waren blind voor die disconnect want er was geen alternatief. Obligaties en spaarboekjes brachten niets op, DUS moest je wel in aandelen beleggen. TINA. Diezelfde TINA dook al prominent op in 1998 en 2007, maar anno 2015 ook een verblindende beleggersstrategie.

Je kan zeker nog wat andere oorzaken citeren, zoals de impact van de lage olieprijzen op de liquiditeit of de activiteit van een aantal landen en bedrijven.

Risicopremie komt terug
We mogen verwachten dat de centrale banken gaan reageren zoals de traditie is geworden sinds Alan Greenspan (voormalige Fed-voorzitter met als bijnaam “Easy Al”). Ze zullen beloven de rente nog te versoepelen, “alles” te doen om te markten te kalmeren, en aanmoedigen om risico te nemen. Sommige centrale banken (Zwitserland, Japan,…) kopen trouwens al regelmatig aandelen en andere risicovolle activa.

Maar of dit nodig is durf ik te betwijfelen. Er mag gerust wat meer vertrouwen in de werking van vrije financiële markten worden gesteld. Als de risicopremie interessant is, komen beleggers automatisch terug. Een stevige correctie schudt de zwakke beleggers uit de markt, en doet het besef van risico groeien. Dat is gezond.

Aandelen zijn een fundamenteel onderdeel van een langetermijnportefeuille. Risico vormt een inherent onderdeel van elke belegging. De risico’s vandaag zijn groter dan in het verleden, met een fragiel financieel systeem, zwakke economische groei, en het risico op hogere rentevoeten in de toekomst. Dat alles vraagt om een faire risicopremie. In dat opzicht is deze correctie zeer gezond en erg welkom. Beleggingen in risico zoals aandelen moeten immers niet gebeuren omdat er geen ander alternatief is, maar omdat de risicopremie gewoon aantrekkelijk is.

Dit artikel werd geschreven door Geert Noels

[1] http://files.shareholder.com/downloads/ONE/15660259x0x820077/8af78e45-1d81-4363-931c-439d04312ebc/JPMC-AR2014-LetterToShareholders.pdf

Screen Shot 2016-02-13 at 07.08.08



Econopolis

Dit artikel werd geschreven door Econopolis

op 13 februari, 2016