Alternatieve (bio)energie, wordt het ooit wat?

Schermafbeelding 2012-02-09 om 17.54.32.png

Over alternatieve energie bestaan de meest uiteenlopende opvattingen, afhankelijk van de bron.

Om te beginnen moeten we duidelijke definities hanteren en alles in de juiste context plaatsen.

Schermafbeelding 2012-02-06 om 17.10.58.png

Kijken we eerst eens naar de oorsprong van ons totaal energieverbruik. Volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) is de positie van fossiele brandstoffen nog steeds onaantastbaar.

Steenkool, olie en gas hebben een marktaandeel van bijna 90%. Steenkool staat milieutechnisch het meest onder druk en gas zou hier een valabel alternatief kunnen zijn, aangezien beide grondstoffen vooral worden gebruikt om elektriciteit te produceren.

Kernenergie haalt mondiaal 5% en tot een jaar geleden (Fukushima) was er weinig tegenstand. Indien alle plannen worden uitgevoerd zou de wereldwijde capaciteit de komende 10 jaar met een kwart toenemen. Het is de vraag of de witte ridders Duitsland en Zwitserland iets vermogen tegen Azië en vooral China. Driekwart van de nieuwe installaties zijn immers in dat werelddeel gepland, en de honger en dorst naar energie laat niet veel speelruimte. De US keurden deze week nog de bouw van 2 nieuwe reactoren goed.

De overblijvende energiebronnen halen dus nog 7%, maar hiervan komt 6%-punt uit hydro. Omdat dit zonder medewerking van de natuur moeilijk te realiseren valt, dienen we daar in onze contreien niet teveel op te rekenen. De overblijvende “alternatieve” energie gaat dus over één schamel procent van het totaal aanbod. Hier zit wind- en zonne-energie in en verder een aantal zaken die we gemakkelijkheidhalve biobrandstoffen zouden kunnen noemen.

Over deze laatste wil ik het nu hebben. Is dit een sprookje, een wishful thinking activiteit of wordt het echt wat?

Technisch gezien is het natuurlijk een valabele brandstof, die hernieuwbaar is en in vele gevallen lokaal te produceren. Dat laatste is altijd meegenomen.

Maar daar staan ook enkele serieuze negatieve punten tegenover.

Om te beginnen hebben ze (landbouw)grond nodig, en daar hebben we nu net niet teveel van. Het is algemeen bekend dat de wereldbevolking toeneemt, het welvaartspeil van een paar miljard mensen nog serieus achterop ligt, en de inhaalbeweging kan niet meer worden gestopt. Dit houdt in dat die paar miljard bewoners van deze planeet meer gaan eten, maar ook beter en gevarieerder. Daarnaast zeggen er steeds maar meer mensen het harde landbouwer bestaan vaarwel, in de hoop dat ze in en rond de steden een beter betaalde job vinden. Zowel de bruikbare landbouwoppervlakte als zij die erop willen werken houden onvoldoende gelijke tred met de consumptie.

Om dan te beslissen een deel hiervan te beplanten met bijv. koolzaad of een ander gewas dat men als brandstof kan aanwenden, lijkt geen verstandige keuze. Bovendien is de beschikbare grond sowieso marginaal om er een voldoende hoeveelheid alternatieve energie mee te kunnen produceren.

Verder zien we dat deze opkomende activiteiten het zeer moeilijk hebben om financieel rendabel te worden; zonder overheidssteun is het tot heden meestal een verloren zaak. Deze industrieën zullen uiteraard argumenteren dat e.e.a. maar tijdelijk is, maar wanneer we de bovenstaande argumenten op een rijtje zetten, is het maar de vraag of ze er zullen in slagen om ooit een kritische massa te realiseren. De enige uitzondering in deze rij is wellicht de productie van ethanol uit suikerriet, waar Brazilië al jarenlang de koploper is. Het percentage …



Econopolis

This article was written by Econopolis

on 10 February, 2012 about Fossil Fuels & Nuclear Power, Green Energy