China: Vastgoed bubbel of champagne?

Een flink jaar geleden zou deze titel meewarend zijn onthaald, maar anno 2012 zijn de zaken toch wat gewijzigd.

Elke mens die weet wat YouTube is, moet er al eens een filmpje van de Chinese spooksteden hebben bekeken. Duizenden appartementen, winkelcentra, grote boulevards en zelfs luchthavens waar de nieuwe verf al begint af te brokkelen, niet omwille van de drukte, maar wegens de oorverdovende stilte van leegstand. Google maar “Chinese ghost cities” en je bent de hele avond zoet. Check this one….

Om het met de woorden van een Belgische expat in China te zeggen: “On our way to China we had 2 stops: Changsha and Zhengzhou, two typical Chinese cities, each between 7 and 8 million inhabitants. Each has its own brand new airport – probably twice the size of Brussels Airport and construction is everywhere. New apartments are being built at a speed which is hard to understand. Hard to understand that they keep on building when the condos from last year’s construction remain empty. The prices are sky rocking high and no one can afford to live there anymore. When is this bubble going to burst? The local financial debt, created in order to finance all this, is said to be huge. The whole system is based on future property prices which are highly unrealistic. So, the question is not if, but when will this explode. Nobody can tell which consequences this could have on top of the economic problems we are already facing.”

Iedereen begrijpt hopelijk genoeg Frans om te snappen waar het over gaat. Het Chinese wonder is wellicht een schoolvoorbeeld van een supply driven economy.

De meest logische, maar misschien ook traagste vorm om een economie te stimuleren, is te zorgen dat de consument meer koopkracht krijgt door een toenemende vraag naar producten en diensten, die de werkgelegenheid een stimulans geeft. Sommige economen geloven dat het ook anders werkt. Doe de mensen werken, en ze zullen hun loon vanzelf besteden aan consumptie die vervolgens een zelfversterkend effect op de economie zal hebben.

Het probleem is dat je die mensen dan eerst moet betalen voor iets wat niets heeft opgebracht, en dat is doorgaans een probleem.

Dat probleem is minder overkomelijk voor wie zelf zijn geld kan drukken, zoals de Chinezen. Je zou dat geld natuurlijk ook kunnen verdelen onder de bevolking, maar Aziaten zijn een nijver volkje en lokale Steve Stevaerts die alles gratis willen geven zijn er nog niet toegelaten. Dus wordt er gebouwd bij het leven, en alle Chinezen krijgen een job waarbij ze geld kunnen verdienen om te spenderen.

Tot dusver ging het goed, want het addertje onder het gras bleef stevig onder controle. Om meer dan 60% van het BBP via infrastructuurwerken te realiseren heb je natuurlijk meer nodig dan ettelijke miljoenen Chinezen die bereid zijn om van ’s morgens tot ’s avonds in weer en wind te werken. Je hebt ijzer en staal, koper, cement, steenkool en olie nodig, om maar de belangrijkste grondstoffen te noemen. En China heeft hiervan tekort en moet ze dus inkopen. De buitenlandse leveranciers zijn natuurlijk niet zo gek om zich in renminbi’s te laten betalen en willen dollars, Amerikaanse of Australische of desnoods euro’s.

China kan wel renminbi’s drukken maar tot nader order geen wettelijke buitenlandse valuta; die zijn alleen maar te verkrijgen via de export. Zolang ze meer exporteren dan importeren komen er buitenlandse valuta binnen, dat is duidelijk.

Dat is kort samengevat het verhaal van de Chinese groei tot eind 2011. Kunstmatig werkgelegenheid creëren op de binnenlandse markt en door de lage lonen ook nog eens competitief zijn op de exportmarkt. Het enige probleem tot dusver was het onder controle houden van de inflatie, een logisch impact van overdreven geldcreatie.

Elke kruik blijft zolang drijven tot z…



Econopolis

Cet article a été rédigé par Econopolis

le 4 janvier, 2012 in Real estate sur China, Financial

< Lisez le dernier article