Draghi wacht tot oktober

In het kader van haar huidige aankoopprogramma koopt de ECB elke maand voor 60 miljard euro aan obligaties met nieuw gecreëerd geld. Dit programma loopt op z’n minst tot eind dit jaar. Deze week was er een nieuwe mogelijkheid voor de ECB om duidelijk te maken wat er met het aankoopprogramma zal gebeuren na december. Maar zoals verwacht kwam ECB-voorzitter Draghi met weinig nieuws. Hij gaf enkel aan dat de ECB normaal in oktober (vergadering de 26e) zal beslissen. Verder bevestigde hij het aantrekkende economische herstel in de Eurozone, wees hij op de versterkende euro als een risico en gaf hij aan dat de inflatie te laag blijft. De ECB verwacht een inflatie van 1,5% in 2019, wat duidelijk onder haar inflatiedoelstelling blijft. In die zin is er weinig druk op de ECB om haar rentebeleid snel aan te passen. Verhogingen van de beleidsrente staan dan ook nog lang niet op de agenda. Daar wordt ten vroegste in 2019 aan gedacht.

ecb

Tegen de achtergrond van het verbeterende economische klimaat is de ECB wel van plan om haar aankoopprogramma verder af te bouwen. Toen de Fed in 2013 gelijkaardige stappen aankondigde, reageerde de obligatiemarkt scherp. De 10-jaars rente spurtte toen in vier maanden zo’n 130 basispunten hoger (de zgn. ‘taper tantrum’). De ECB probeert zo’n reactie te vermijden door heel voorzichtig te communiceren over haar plannen. Voorlopig slaagt Draghi in zijn opzet. Het aankoopprogramma werd eerder al verlaagd van 80 miljard naar 60 miljard per maand zonder dat de markt daarvan schrok. De ECB probeert al een tijdje de markt voor te bereiden op een volgende stap. Eens duidelijk wordt dat het aankoopprogramma echt op z’n laatste benen loopt, zullen de obligatierentes in Europa wel wat hoger klimmen, maar een herhaling van de ‘taper tantrum’ zit er allicht niet in.

Het grootste probleem voor de ECB schuilt op dit moment in de euro. Die verstevigde sinds het begin van het jaar al zo’n 15% tegenover de dollar. De sterkere euro is een risico voor het economische herstel en duwt de inflatie lager. Dat betekent niet dat de Eurozone niet kan leven met een sterkere euro, dat lukte in het verleden wel, maar in deze fase van het herstel is de forse appreciatie verre van ideaal. De ECB, die zich doorgaans niet graag uitspreekt over wisselkoersen, wees de euro al expliciet aan als een risico. Mocht de euro nog verder doorklimmen, zal de ECB daar rekening mee moeten houden in haar beslissingen.



Dit artikel werd geschreven door Bart Van Craeynest

op 8 september, 2017

Bart Van Craeynest ging na zijn studies economie aan UFSIA aan de slag als econoom in de financiële sector. Hij volgt in deze functie al meer dan 15 jaar de Belgische en de internationale economische ontwikkelingen, en de impact hiervan op de financiële markten. Na een langere passage bij een grootbank werd hij in 2010 hoofdeconoom bij een Belgische financiële instelling. Sinds 2015 vervult Bart Van Craeynest bij Econopolis de rol van hoofdeconoom. Hij is medeverantwoordelijk voor de economische lijn van het huis en nauw betrokken bij het uittekenen van de beleggingsstrategie.

 

< Lees ons vorig artikel
Volgend artikel >