ECB op weg naar de uitgang

De ECB schaalde haar aankoopprogramma al gevoelig terug van een top van 80 miljard euro per maand, naar 60 miljard, naar vandaag nog 30 miljard. Dat tempo wordt aangehouden tot september, en daarna zal de ECB dat bedrag nog verder verlagen. Met een groei van 2,5% over het voorbije jaar heeft de Europese economie de crisis achter zich gelaten. Bovendien zijn er schuchtere tekenen dat de onderliggende inflatie aan het toenemen is. De totale inflatie sprong in mei naar 1,9%, maar dat is louter een tijdelijk gevolg van eerdere schommelingen in de olieprijs. Na de zomer zakt die totale inflatie snel weer terug. Belangrijker is dat de loongroei de jongste kwartalen duidelijk aan het oplopen is, wat de onderliggende inflatie geleidelijk hoger zou moeten duwen. Alles samen schetst dat een beeld van een economie aan beterhand die geen nood meer heeft aan extreme monetaire stimulus.

ecb

Tegen die achtergrond geeft de ECB al geruime tijd aan dat ze haar monetaire stimulus heel geleidelijk wil afbouwen. De Italiaanse turbulentie verandert daar weinig aan. Dat werd deze week nog eens bevestigd door een aantal belangrijke ECB-leden. Of de ECB in september effectief stopt met geld bijdrukken (minder waarschijnlijk), of nog enkele maanden doorgaat met een bedrag van 15 miljard per maand maakt qua economische impact weinig of niets uit. De financiële markten zullen daar ongetwijfeld wel op reageren, maar de richting is duidelijk. Tenzij het economische plaatje grondig verandert, is de ECB op weg om haar aankoopprogramma tegen het einde van het jaar af te ronden. Daarna zal ze geleidelijk werk gaan maken van de communicatie in de aanloop naar de eerste renteverhoging. Die volgt allicht in de tweede helft van 2019.

De markten, en zeker de obligatiemarkten, zijn vandaag niet echt voorbereid op die bijsturing van het monetaire beleid. De komende maanden zullen die overdreven blijven reageren op allerlei uitspraken vanuit de ECB, maar de onderliggende trend is het voorzichtig terugschroeven van de monetaire stimulus. In navolging van de eerdere bewegingen in de VS moet dat ook in de Eurozone tot hogere obligatierentes leiden.

 



Dit artikel werd geschreven door Bart Van Craeynest

op 8 juni, 2018

Bart Van Craeynest ging na zijn studies economie aan UFSIA aan de slag als econoom in de financiële sector. Hij volgt in deze functie al meer dan 15 jaar de Belgische en de internationale economische ontwikkelingen, en de impact hiervan op de financiële markten. Na een langere passage bij een grootbank werd hij in 2010 hoofdeconoom bij een Belgische financiële instelling. Sinds 2015 vervult Bart Van Craeynest bij Econopolis de rol van hoofdeconoom. Hij is medeverantwoordelijk voor de economische lijn van het huis en nauw betrokken bij het uittekenen van de beleggingsstrategie.