Een nieuwe Italiaanse regering, maar geen oplossingen

Na een hectische week slaagden de 5-sterren beweging en de Lega er uiteindelijk toch in om een nieuwe Italiaanse regering te vormen. Na de onzekerheid over mogelijke nieuwe verkiezingen zorgde dat voor opluchting op de financiële markten. Na een eerdere terugval van meer dan 10% veerde de Italiaanse beurs de jongste dagen terug op met zo’n 5%. Ook in de obligatiemarkt werd een deel van de eerdere rentestijging teruggedraaid.

picture1Ook met de nieuwe regering blijven de problemen voor Italië grotendeels ongewijzigd. Het belangrijkste probleem is het langdurige gebrek aan economische groei. Sinds 1999 groeide de productiviteit in Italië gemiddeld met amper 0,2% per jaar. Ter vergelijking, in Frankrijk was dat 1% per jaar, in Duitsland 1,1% en in Zweden zelfs 1,6%. Het ontbreken van groei is een cruciale factor achter de problemen met de overheidsfinanciën en de banken. Bovendien draagt het bij tot een politiek klimaat waarin mensen op zoek gaan naar externe zondebokken, zoals Europa of de migranten. Die trend zal trouwens niet verbeteren als op termijn onvermijdelijk de volgende economische crisis terug aanbreekt. Geen enkele van de Italiaanse partijen heeft geloofwaardige plannen om de economische groei structureel op te krikken. Integendeel, de nieuwe regering wil de Italiaanse KMO’s afschermen van de Europese concurrentie, wat de productiviteit nog verder zou ondermijnen.

Met de nieuwe regering zal de panieksfeer rond Italië allicht terug wat bekoelen. Het duurt immers nog wel een tijd voor de nieuwe ploeg haar beleidsplannen echt kan uitwerken, en voor het tot een conflict komt met de Europese instellingen. Niettemin blijft deze regering in de kern een uiterst euro-sceptische regering. En hoewel een ruime meerderheid van de Italianen in de euro wil blijven, lijken ze de inmenging van Brussel en Frankfurt beu en zijn ze bovendien voorstander van beleidsopties die niet compatibel zijn met de monetaire unie (o.a. op budgettair vlak). Daarnaast wordt ook meer en meer duidelijk dat Italië en Duitsland economisch gewoon te ver uit elkaar liggen om samen in één muntunie te zitten. In elk geval lijkt zowel de Italiaanse als de Duitse bevolking niet bereid om de inspanningen te doen die nodig zijn om de muntunie op lange termijn werkbaar te houden.

Het kan nog lang duren voor de Italiaanse situatie in de euro echt op de spits gedreven wordt. Er zijn allicht weinig kandidaten die op dat vlak de definitieve stap willen zetten. Niettemin is de trend al een tijdje duidelijk: Italië en Duitsland drijven al geruime tijd zowel economisch als politiek uit elkaar. De echte test komt als het algemene economische klimaat terug verslechtert. De Italiaanse situatie is in elk geval nog lang niet opgelost, en zal de komende jaren te pas en te onpas terug op de voorgrond komen.



Econopolis

Dit artikel werd geschreven door Econopolis

op 1 juni, 2018