Het ene pensioensparen is het andere niet

Het ene pensioensparen is het andere niet

Wie dacht dat men met de ogen dicht aan pensioensparen kon doen, is deze week toch abrupt met de feiten geconfronteerd geworden.

Pensioensparen wordt door de financiële instellingen verkocht als een product waarvan de bijdragen deels door de belastingen worden betaald (fiscaal aftrekbaar) en anderzijds een gegarandeerd rendement bieden zonder dat de uiteindelijke begunstigde zich al te veel zorgen dient te maken.

Pensioenfondsen zijn echter ook maar door mensen geleide beleggingen die tot nader orde niet over magische krachten beschikken. Grosso modo hebben de beheerders ervan ook maar de keuze tussen aandelen en obligaties. In euforische beursjaren, zoals tot het einde van vorige eeuw, waren er weinig problemen. Wanneer de aandelen gemiddeld per jaar 10% naar boven spurten, kan het voor geen enkel fonds een probleem zijn om pakweg 4% minimaal rendement te garanderen.

De laatste jaren zitten de fondsbeheerders echter met de handen in de haren.

Hoe kunnen ze nog aan het verwachtingspatroon voldoen als de beurzen er anno 2011 nog niet in slaagden om op tien jaar tijd per saldo winst te maken en terzelfdertijd de rendementen van obligaties ook al geen vetpot boden?

Dat ons toekomstig overheidspensioen al lang niet meer wordt betaald door wat we destijds zelf hebben afgedragen maar door de premies van zij die nog werken, is al geen nieuws meer. Het Zilverfonds probeerde destijds nog één keer die illusie te wekken, maar het was vechten tegen de windmolens.

Maar van de derde pijler, die door privé ondernemingen wordt geleid, verwacht men toch niets anders dan goed huisvaderschap. Wie inschrijft betaalt zijn leven lang premies (zelf en/of via een pensioenplan van zijn werkgever). De fondsbeheerder gaat die gelden jarenlang beleggen zodat de begunstigde op zijn of haar pensioenleeftijd het bijeen gespaard kapitaal, met winst, uitgekeerd krijgt.

Indien we echter een lange periode van jaren zonder noemenswaardige beleggingswinsten krijgen, en de laatste tijd zelfs verliezen, klopt de negenproef niet meer. De Tijd publiceerde deze week de resultaten die enkele pensioenspaarfondsen in 2011 wisten neer te zetten. Reden tot feestvieren was er allerminst te bespeuren.

rend pensioenspaarfondsen 2011.JPG

In het lijstje staat er eentje die dit jaar net niet in het rood eindigde, zelfs de laatste 5 jaar staan ze op één na allemaal met de voeten in het water. Die ene gelukkige haalt overigens ook maar 0,3% rendement, ook al geen wereldschokkend resultaat.

Met dat soort cijfers kunnen de gevolgen natuurlijk niet uitblijven. Elk jaar verlaten er immers gepensioneerden hun fonds en houden nauwlettend hun bankafschrift in het oog, tot het verhoopte kapitaaltje gestort is.

Maar met dergelijke rendementen zullen we meer en meer in de situatie belanden dat het beloofde rendement eigenlijk niet gehaald wordt, en dat de pensioenverzekeraar zal moeten putten uit de overige reserves, m.a.w. dat men eigenlijk wat begint te doen zoals de overheid. De actuele uitkeringen zullen deels worden betaald uit de bijdragen van de werkende deelnemers in het fonds.

Voor een privé bedrijf is dat op lange termijn natuurlijk niet houdbaar, want die kunnen nergens op terugvallen.

De Nederlanders gaan deze week dan ook als eersten met de billen bloot en kiezen voor de harde waarheid. Op de 450 fondsen gaan meer dan een kwart vanaf 2013 de pensioenen verlagen. Du jamais vu, maar vandaag moeten we nergens meer van schrikken.

Op zich is het zelfs een goede zaak dat men dit durft te doen, beter dan het potje te blijven toedekken en het probleem voor zich uit te schuiven.

De klant is natuurlijk weer de klos, die kan alleen maar de feiten accepteren…



Econopolis

Dit artikel werd geschreven door Econopolis

op 6 januari, 2012 in Econopolis, Netherlands, Pension Plan omtrent Demographic, Financial Products

< Lees ons vorig artikel
Volgend artikel >