Het zit May niet mee

1,89%. Dat was de marge in het Brexitreferendum van 23 juni 2016. Premier Theresa May – hoewel zelf tegenstander van een Brexit – moest aan de slag. 29 maart 2019 is de deadline. Welke aap er uit de mouw zal komen weet niemand. Als vermogensbeheerder moet je dan zo slim mogelijk met onzekerheid om proberen springen. Jeroen Kerstens, macro-econoom bij Econopolis, analyseert.

schermafbeelding-2019-01-21-om-22-58-22

Tot (h)ier en niet verder

7t_fi10iTwee jaar na het activeren van artikel 50 op 29 maart 2017 moet het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten. Dat is immers wat er beslist is. Dat is de uitslag van het referendum in 2016. Maar hoe dat moet gebeuren en onder welk gesternte is nog heel vaag. Twee weken geleden legde Brits premier Theresa May haar deal op tafel van het parlement. Een overweldigende meerderheid van 432 tegen 202 verwierp echter haar voorstel. Drie dagen kreeg de domineesdochter respijt voor een tegenvoorstel. Ze overleefde in tussentijd een vertrouwensstemming, maar kwam uiteindelijk niet met een echt plan B op de proppen. Daardoor was het voor iedereen meteen zonneklaar: er is geen plan B.

Gemeenschappelijke douane-tarieven en vrij verkeer van personen, kapitaal en goederen en diensten zijn Europese fundamenten waarover de facto heronderhandeld moet worden. Dat dat helemaal niet zo evident is laat zich al meteen voelen in Noord-Ierland. De grens tussen Ierland en Noord-Ierland zal na de Brexit de facto de enige grens over land zijn tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Deze – voorlopig nog – open grens tussen beide landen is cruciaal, want ze zorgt sinds het Goedevrijdagakkoord al vele jaren voor vrede in de regio. De Brexit zal dus het Ierse eiland (met het Britse Noord-Ierland en de Ierse Republiek) met verschillende grenzen en douane-tarieven achterlaten. Wat natuurlijk helemaal niet zo evident is.

Veel op het spel

schermafbeelding-2019-01-25-om-12-23-4553% van de export uit de VK gaat naar een EU-lidstaat. 44,5% van de totale Britse import komt uit de Europese Unie. Een mens vraagt zich af waarom je überhaupt zulke cijfers in de wind wil slaan. Beter gaan de Britten van de Brexit dus niet worden. Maar er is wel collateral damage. Ook de Europese Unie wordt niet beter van een Brexit. Neem nu ons eigen land, België. 8% van onze export – waarvan een vijfde in de chemische sector – trekt immers het kanaal over.

De deadline van 29 maart nadert. Theresa May klopt aan de deur van de Europese Unie met de smeekbede een zachte Brexit te willen inwilligen. Tegelijkertijd hoopt ze dat ze in eigen land een vrijgeleide kan krijgen voor die smeekbede. Dat dit langs beide zijden moeilijk ligt mag duidelijk zijn. In eigen land is de gunfactor voor een zachte Brexit eerder klein. In Europa loeren de nationalistische strekkingen om de hoek om van slecht onderhandelde Brexit een ‘groot spel’ te kunnen maken.

Bij moeilijke onderhandelingen is er altijd de optie ‘tijd’. Alleen is die er met de Brexit niet. De Europese verkiezingen in de maand mei kloppen immers aan de deur. Gaan de Britten echt nog eerst 71 Europarlementariërs moeten verkiezen voor ze weten hoe ze hun uittreding uit Europa willen? Steeds luider klinken daarom de stemmen vanuit de oppositie om een nieuw referendum te organiseren nu de impact van de Brexit op de Britse economie duidelijk wordt. Bij een No-Deal scenario of ‘Hard Brexit’ volgt een chaotische afloop. Handel tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU-lidstaten zal terugvallen op de WTO-regels. Stevige douane-tarieven en -controles, heel wat administratieve en juridische afwikkelingen en, kortom, meer omstandigheden kloppen aan de deur. Als het te gemakkelijk wordt om te scheiden, dan wordt de drempel lager. Scheiden doet lijden, en dat lijden mag voor de EU best wel zwaar zijn.

Deal or no deal, that’s the question

schermafbeelding-2019-01-25-om-12-24-16Een recente studie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) maakt veel duidelijk. Zelfs indien een vrijhandelsakkoord gesloten wordt tussen beide partijen, zo stelt het IMF, zal de Britse output meer dan 2% lager liggen op lange termijn dan bij een lidmaatschap van de EU. Rekeninghoudend met verminderde buitenlande investeringen (FDI) en daling van migratie zal deze output nog lager liggen op lange termijn. Een harde Brexit heeft grotere gevolgen. Op lange termijn wordt de Britse output tussen -4% en -7% lager geraamd dan in het geval van een EU-lidmaatschap.
Onduidelijkheid is geen evidentie voor een vermogensbeheerder. Een team van specialisten, waarvan enkele met een stevig aantal beursjaren op de teller, heeft daar echter wel wat kaas van gegeten. Econopolis verhoogde haar aandelengewicht substantieel op 24 juni 2016, omdat we de daling overdreven vonden. Dat bleek een goede zet, want na de initiële negatieve reactie zetten de markten een duidelijk herstel in. In de eerste dagen na het Brexit-referendum kenden de aandelenbeurzen een forse daling door het onverwachte resultaat. De markten stonden sowieso al onder druk in de aanloop naar het referendum. De Britse Pond daalde na het referendum naar 0,85 pond per euro. Na de activatie van Artikel 50 kende de munt een bijkomende, lichte daling. De koers stabiliseerde ondertussen rond 0,88 pond per euro. De financiële markten lijken daarbij een zachte uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie in te prijzen. Andere scenario’s kunnen evenwel leiden naar volatiliteit in de Britse Pond. Onze filosofie van actief beheer tracht daarbij opportuniteiten te identificeren en te benutten.schermafbeelding-2019-01-25-om-12-23-18



Econopolis

Dit artikel werd geschreven door Econopolis

op 25 januari, 2019

< Lees ons vorig artikel