Hoe gezond is de farmasector?

Zowel in Europa (Sanofi, Astra Zeneca, GlaxoSmithKline…) als in de Verenigde Staten (Pfizer, Merck, Amgen…) scoort de gezondheidssector dit jaar vrij sterk op de beurs. Toch zijn de farma-aandelen naar koers-winstverhouding in historische context niet duur. Vanwaar deze paradox? Econopolis onderzoekt wie momenteel goed in het vel zit en wie niet.

rawpixel-550991-unsplash 

The end of the patent

Veel ontwikkelingen binnen de farmaceutische industrie hebben ertoe bijgedragen dat ziektebeelden verminderen; langdurige dure behandelingen niet meer nodig zijn en de levenskwaliteit verbeterde. Vaak gaat het hierbij om behoorlijk gangbare en betaalbare geneesmiddelen en behandelingen.

Tegelijkertijd bestaan er ook bijzonder dure geneesmiddelen en behandelingen en hierbij speelt vaak door gebrek aan transparantie een discussie over ethische prijsstelling. Combineer dat met het voortdurende geworstel over medische regelgeving en subsidies én met de hoge kostprijs die aan farmaceutische innovatie vastkleeft en u begrijpt dat deze industrie niet van de makkelijkste is om te ‘vatten’.

Enkele van de meest winstgevende producten van de grote geneesmiddelenproducenten tikken tegen de houdbaarheidsdatum aan. Sommige zijn al 2 decennia op de markt en mogen jonge concurrenten beginnen vrezen. Door een speling van het lot vervielen in 2018 daarenboven ook veel patenten; in het jargon spreekt men van een patent cliff. Analisten voorspelden dat 2018 door het waarschijnlijke uitblijven van nieuwe kaskrakers vooral een jaar ging worden van fusies en overnames in de farmaceutische industrie. Megadeals bleven echter uit. Toch vielen behoorlijk wat deals op te tekenen, ook dicht bij huis met bijvoorbeeld Ablynx en Tigenix.

Survival of the fittest

louis-reed-747388-unsplashNadat het in het voorjaar van 2017 maar liefst 10 potentiële kaskrakers had voorspeld en daar tegen eind 2017 al 2 van moest terugtrekken hield de koers van het Amerikaanse Johnson & Johnson toch goed stand. Hun grootste geneesmiddel, Remicade, een middel tegen reuma, doet het immers nog altijd uitstekend.

Roche boerde ook goed met blockbusters als Ocrevus, Perjeta, Alecensa en Tecentricq. Ondanks de vrees voor 40% omzetverlies tegen het einde van het decennium wegens ‘einde patent’ zijn de vooruitzichten behoorlijk omdat het bedrijf tijdig en stevig in nieuwe producten investeerde. Roche staat dan ook sterk in behandelingen die de strijd tegen kanker aangaan. In vele groeilanden vervangt kanker steeds meer infectieziektes als belangrijkste doodsoorzaak en dat komt het bedrijf – vergeef ons het cynisme – dus goed uit.

Bedrijven actief in medische technologie als bijvoorbeeld het Amerikaanse Becton Dickinson (BD) blikken tevreden terug op de afgelopen 3 kwartalen van 2018. BD breidde dankzij de overname van CRBard het productengamma uit tot spuiten en naalden, infuustherapiesystemen, bloedafnamebuizen, celkweeksystemen en reagenten. Het bedrijf is weinig afhankelijk van de prijs van medicijnen, want die zitten niet in haar portefeuille. De medische technologie is dé subsector binnen de farmaceutische industrie die al 15 jaar scoort. Dit marktsegment liet op de beurs in die periode zelfs een vervijfvoudiging optekenen.

Bedrijven die niet (heel hard) afhankelijk zijn van de terugbetaling van geneesmiddelen en van het regulatoire (lees: politieke) aspect van de gezondheidssector hebben vandaag de dag een streepje voor. Denk daarbij ook aan de subsector van de esthetische behandelingen. En ja, dan valt al snel het woord – of merk – botox, het sterproduct van Allergan. Het middel wordt trouwens niet alleen ingezet voor esthetische behandelingen, maar ook voor de behandeling van migraine, excessief zweten, dubbelzicht en een overactieve blaas. Botox haalt meer dan 70% marktaandeel, hoewel het patent al meer dan een decennium verstreken is. Een sterke merknaam is binnen de farmaceutische industrie uitermate belangrijk. Vermits het taboe rond esthetische behandelingen met de dag kleiner wordt zit Allergan niet direct in de hoek waar de klappen vallen en dit ondanks het patentverlies op een van de andere belangrijke geneesmiddelen.

Zelden zo goedkoop

thought-catalog-612432-unsplashDe gezondheidssector kampt met een relatief lage waardering in historische context. Enerzijds gaat het hierbij om ‘self-inflicted pain’ omdat sommige spelers het verlies van patenten op grote geneesmiddelen niet tijdig hebben ondervangen met nieuwe geneesmiddelen (al dan niet verworven via overnames), maar anderzijds speelt ook de economische politiek van de Amerikaanse president– inderdaad, weer hij – een rol.

Trump wil de prijzen in de sector naar beneden brengen via zijn zogenaamde American Patients First-plan. Het plan is nog lang niet goedgekeurd, maar de grote farmabedrijven anticiperen hier reeds op door te benadrukken dat ze hun prijzen dit jaar niet zullen optrekken, wat uiteraard een direct effect op de winstgroei van de betrokken aandelen en op deze van de sector heeft.

Extra moeilijk hebben die bedrijven als Teva Pharmaceuticals en Mylan die zich enkel toeleggen op generieke geneesmiddelen. Intense competitie en immer dalende prijzen zetten deze subsector zodanig onder druk dat een investering hierin uiteindelijk geen rendement over een periode van  15 jaar opleverde!

Farma-aandelen zijn gemiddeld gesproken niet overdreven duur, maar koopjes liggen nu ook weer niet voor het rapen. Deze sector is immers een bijzonder ingewikkelde omdat. enorm veel zaken spelen. De sector is vatbaar voor stevige disruptie; bokst op tegen een steeds veranderende regulering én maatschappelijke appreciatie hiervan; moet voortdurend op zoek naar stevige rendabiliteit zonder daarbij enige ethische overwegingen achterwege te laten en de groeilanden slim te benaderen. Complexer krijg je het inderdaad zelden. Deze sector door een duurzame bril bekijken is dus uitermate belangrijk.



Econopolis

Dit artikel werd geschreven door Econopolis

op 10 oktober, 2018

< Lees ons vorig artikel