Hogere rentes

Deze week tikte de Amerikaanse obligatierente op 10 jaar terug boven 3%. Dat was voor het eerst sinds begin 2014, toen die rente onder impuls van de bijsturing van het monetaire beleid door de Fed ook even net boven 3% klom. Vervolgens keerde de dynamiek in 2014 snel en dook de rente terug lager om midden 2016 historische dieptes op te zoeken. De voor de hand liggende vraag is of het deze keer anders zal zijn. Klimt de obligatierente deze keer wel duurzaam boven 3%, wat al geleden is sinds 2011, of zakt die snel weer terug? Allicht is het deze keer wel anders, want sinds 2014 zijn er wel wat dingen gebeurd. Sinds begin 2014 bleef de Amerikaanse economie doorgroeien aan een degelijk gemiddeld tempo van 2,5% per jaar. Er kwamen in die periode bijna 11 miljoen extra banen bij, en de werkloosheidsgraad zakte van 6,6% naar 4,1%. De uurloongroei versnelde van 2% naar 2,7%, en de kerninflatie klom van 1,6% naar 2,1%. Bovendien geven zowat alle voorlopende inflatieindicatoren aan dat de inflatie de komende maanden verder zal oplopen.

ir

De grootste verandering ligt in het monetaire beleid dat nu duidelijk strakker aan het worden is. De beleidsrente van de Fed bedroeg begin 2014 nog 0,25% en van renteverhogingen was toen nog helemaal geen sprake. Ondertussen is die beleidsrente opgetrokken tot 1,75%, en staan er verdere rentestappen op de agenda. Tegelijkertijd is de Fed haar balans effectief aan het inkrimpen door de inkomsten op haar bestaande obligatieportefeuille niet langer volledig te herinvesteren. Ten slotte zadelen de jongste beslissingen over de belastingverlaging en de overheidsuitgaven de Amerikaanse overheid de komende jaren op met belangrijke tekorten. De neutrale organisatie Congressional Budget Office (CBO) raamt het begrotingstekort voor de volgende 10 jaar gemiddeld op bijna 5%. Zulke tekorten zijn ongezien buiten recessies of oorlogstijden. Ceteris paribus moet zo’n verslechtering van de overheidsrekeningen ook voor opwaartse druk op de rente zorgen.

Tegen die achtergrond ziet het er naar uit dat de obligatierente deze keer wel kan doorstijgen boven 3%. Het feit dat er heel wat marktpartijen op zoek blijven naar rendement kan voor tegenwicht zorgen. Naarmate de rente hoger klimt, wordt het voor institutionele beleggers terug interessanter om in langlopende obligaties te stappen. Maar voorlopig zullen die allicht overwegend afwachten hoe ver de stijgende trend draagt. De belangrijkste hindernis voor hogere rentes schuilt allicht in de economische vooruitzichten. Mochten die terug versomberen, dan zullen beleggers versneld teruggrijpen naar obligaties, wat voor neerwaartse druk op de rente zou zorgen. Voorlopig impliceert de combinatie van degelijke economische cijfers, hoger kruipende inflatie en strakker monetair beleid dat een verdere stijging van de Amerikaanse obligatierente het meest waarschijnlijke scenario is voor de komende maanden.



Dit artikel werd geschreven door Bart Van Craeynest

op 27 april, 2018

Bart Van Craeynest ging na zijn studies economie aan UFSIA aan de slag als econoom in de financiële sector. Hij volgt in deze functie al meer dan 15 jaar de Belgische en de internationale economische ontwikkelingen, en de impact hiervan op de financiële markten. Na een langere passage bij een grootbank werd hij in 2010 hoofdeconoom bij een Belgische financiële instelling. Sinds 2015 vervult Bart Van Craeynest bij Econopolis de rol van hoofdeconoom. Hij is medeverantwoordelijk voor de economische lijn van het huis en nauw betrokken bij het uittekenen van de beleggingsstrategie.