Solvay smeedt het ijzer terwijl het heet is

Afgelopen dinsdag liet chemiebedrijf Solvay weten dat het zijn divisie polyamides (o.a. nylon, met toepassingen in de textiel-, auto- en bouwsector) verkoopt aan de Duitse chemiereus BASF. De transactie vormt het sluitstuk van het transformatieproces bij Solvay. De transitie in de chemiesector blijft echter een never-ending story met interessante ontwikkelingen.

Kroniek van een aangekondigde deal

polyDe verkoop van zijn polyamide-tak levert Solvay na aftrek van belastingen circa 1,6 miljard euro (netto 1,1 miljard euro in cash) of 7 keer de brutobedrijfscashflow. Dat het nieuws van de verkoop niet voor animo op de beurs zorgde, is niet verwonderlijk. De markt wist immers al anderhalf jaar dat de divisie zou verkochten worden en bovendien lag de opbrengst in lijn met de analistenschattingen. Dat de koers van Solvay licht corrigeerde was te wijten aan de lichte neerwaartse winstbijstelling voor 2017.

De timing voor de verkoop was echter niet slecht gekozen. Polyamide is een cyclische activiteit en door het economisch herstel kon de divisie recent sterke resultaten neerzetten. Dit was ongetwijfeld een troef bij de onderhandelingen. Bovendien was Solvay geen gedwongen verkoper omdat de groep zijn balans in de voorbije 18 maanden al versterkte via andere desinvesteringen. Voor BASF was de transactie welkom omdat het bedrijf op zoek was naar overnames.

Sluitstuk van een omvangrijk transformatieproces

De verkoop van de polyamide-tak vormt zowat het sluitstuk van het transformatieproces dat Solvay in 2009 in gang zette. Op dat moment was het bedrijf nog een hybride farma- en chemiebedrijf, een bedrijfsmodel dat Solvay deelde met nog wel meer bedrijven uit de sector zoals bijvoorbeeld UCB en Akzo Nobel. Terwijl UCB koos om een puur farmabedrijf te worden, deed Solvay het tegenovergestelde. In 2009 verkocht het zijn farmadivisie aan het Amerikaanse Abbott. Nadien concentreerde Solvay zich op het transformeren van een bulkchemiebedrijf naar een fijnchemiebedrijf. Dit zorgde voor een hele reeks acquisities en desinvesteringen. Zo kocht Solvay in 2011 het Franse Rhodia voor 3,4 miljard euro. Dit bedrijf was actief in fijnchemie, synthetische vezels en polymeren. In 2013 nam Solvay Chemlogics over, een bedrijf dat vooral chemicaliën levert aan de schalie-olie- en –gasindustrie, voor 1,3 miljard dollar. Achteraf gezien was de timing van deze acquisitie (aan de vooravond van de crisis in de olie-industrie) barslecht. In 2015 deed Solvay met Cytec (5 miljard euro) zijn grootste overname ooit. Door deze overname werd Solvay het nummer 2 in composietmaterialen voor de luchtvaart. Hoewel zowat iedereen overtuigd was van de kwaliteiten en het groeipotentieel van Cytec, betaalde Solvay volgens de meeste andere waarnemers teveel voor dit bedrijf. Voor deze overname deed Solvay trouwens zijn eerste kapitaalverhoging ooit.

Sinds 2009 deed Solvay ook tal van desinvesteringen waaronder Acetow (grondstoffen voor sigarettenfilters, 1 miljard euro), het belang in de joint venture Inergy (kunststof brandstoftanks, 270 miljoen euro), het gros van zijn pvc-activiteiten, … Hierdoor blijven er op joint venture RusVinyl en enkele activiteiten in Latijns-Amerika weinig niet-kernactiviteiten over bij Solvay.

Bij het bijsturen van zijn activiteitenportefeuille lag de focus van Solvay op het het verminderen van de cycliciteit, het duurzamen en het verhogen van de winstgevendheid. Solvay slaagde hier tot nu toe wel in, maar moest hiervoor soms wel diep in de buidel te tasten. Inzake groei moet Cytec zich nog bewijzen in de komende jaren.

Iedereen transformeert

solvaySolvay is lang niet de enige in de chemiesector die een opmerkelijk transformatieproces achter de rug heeft. Het parcours van bijvoorbeeld DSM is ook straf. DSM dat origineel actief was als steenkoolexploitant (DSM staat voor ‘Dutch State Mines’) vervelde in een later stadium tot een petrochemiebedrijf. In de voorbije 15 jaar werd het bedrijf via een hele rist overnames en desinvesteringen omgevormd tot een fijnchemiebedrijf actief in voeding en materialen. Sinds eind 2015 focust DSM op organische groei, winstverbetering en enkele significante desinvesteringen (o.a. Patheon voor 2,1 miljard euro). Met nog enkele kleinere desinvesteringen op het programma voor het komende anderhalf jaar, zou DSM eind 2018 schuldenvrij moeten zijn. Vanaf dan staat de groep dan ook weer open voor overnames. De focus op het constant verhogen van het rendement op geïnvesteerd kapitaal zou de groep moeten behoeden voor te dure overnames. Indien zich geen betaalbare overnamedoelwitten aandienen, zal de druk toenemen om meer middelen naar de aandeelhouders te laten vloeien.

Nieuwe megadeals in chemie minder waarschijnlijk

Na de aankondiging van enkele megadeals in de voorbije 2 jaar (fusie Dow Chemical-DuPont, overname Monsanto, overname Syngenta), verwachten we minder overnamegeweld in de komende maanden. Dow Chemical en DuPont smolten dan wel recent samen tot de mastodont (beurswaarde > 160 miljard dollar) DowDuPont, maar het bedrijf wil zich zo snel mogelijk (binnen 18 maanden) opsplitsen in 3 afzonderlijke beursgenoteerde bedrijven die zich toeleggen op resp. landbouw, materiaalkunde en speciale producten. Door de overname van Monsanto door Bayer (voor circa 66 miljard dollar) is nog geen ‘done deal’. Deze combinatie zou de grootste speler worden in zowel zaden als pesticides. Bayer gaf recent aan dat de overname dit jaar waarschijnlijk niet meer rond geraakt. De Europese Commissie opende vorige maand immers een diepgaand onderzoek omtrent de gevolgen van de overname op de concurrentie en innovatie in de sector. De Commissie kan de deal afkeuren of strengere voorwaarden opleggen. Sowieso zal Bayer-Monsanto activa moeten afstoten. Dit kan opportuniteiten creëren voor bijvoorbeeld BASF dat sowieso nog op zoek is naar overnames. Daarnaast komt DSM mogelijk met nieuws over de resterende niet-kernactiviteiten die in de etalage staan. De komende maanden hoeven dus niet noodzakelijk saai te worden voor beleggers in de chemiesector.



Dit artikel werd geschreven door Bernard Thant

op 20 september, 2017

Bernard Thant studeerde af als Licentiaat Handelswetenschappen aan EHSAL (nu Hogeschool-Universiteit Brussel). Daarna volgde hij nog een bijkomend jaar Financieel Beleid en Beleggingsleer aan dezelfde instelling. Na zijn studies ging hij aan de slag bij Société Générale Private Banking België (voorheen Bank De Maertelaere). Daar werkte hij het grootste deel van zijn carrière als financieel analist. Hij was ook enkele jaren actief als beheerder van aandelenportefeuilles bij dezelfde instelling. Bernard trad in dienst bij Econopolis Wealth Management in september 2014 als equity analyst.