Stijgende rentes

‘Belgische tienjaarsrente bijna verdubbeld in zes weken’ kopte De Tijd deze week. Zowat overal ter wereld zitten de obligatierentes inderdaad in de lift, maar met dat soort krantenkoppen blijft het toch wat oppassen. De Belgische tienjaarsrente klom deze week tot bijna 1%, van nog 0,5% midden december. Ter vergelijking: in dezelfde periode verdrievoudigde de Japanse tienjaarsrente (van 0,03% naar 0,09%). Bovendien is dit niet de eerste rentestijging van de voorbije jaren. Zowel in de lente van 2015 als in de herfst van 2016 klom de Belgische tienjaarsrente met bijna 1%, om vervolgens in beide gevallen weer terug te vallen.

rentes

Toch lijkt er deze keer meer aan de hand voor de obligatiemarkt. De drie belangrijkste factoren voor de markt, de economische groei, de inflatie en het monetaire beleid, wijzen stilaan in de richting van hogere rentes. De wereldeconomie trekt al een tijdje duidelijk aan. In die context zette de Eurozone in 2017 de sterkste groeiprestatie van de laatste tien jaar neer. En zowat alle voorlopende indicatoren geven aan dat de positieve economische dynamiek nog wel een tijdje aanhoudt. Tegen die achtergrond maken de centrale bankiers werk van een ommekeer in het globale monetaire beleid. In de VS, Canada en het VK verhoogden de centrale banken hun beleidsrentes al, en ook de meeste andere centrale bankiers sturen hun communicatie in die richting bij. Zo bouwt de ECB haar maandelijkse gelddrukprogramma verder af (van 60 miljard tot en met december naar 30 miljard vanaf deze maand), en zal ze er eind dit jaar zo goed als zeker mee stoppen. ECB-voorzitter Draghi gaf vorige week nog aan dat midden 2019 allicht een goed moment zal zijn om te denken aan een eerste renteverhoging.

De derde factor, de inflatie, blijft al geruime tijd hangen op vrij lage niveaus. Toch zijn er ook daar tekenen dat er stilaan verandering op komst is. In het zog van het herstel van de wereldeconomie liepen de grondstoffenprijzen al duidelijk op, wat uiteindelijk ook doorsijpelt in de totale inflatie. Daarnaast neemt de verwachting toe dat de toenemende krapte op de arbeidsmarkt in verschillende landen meer en meer voor opwaartse druk op de lonen zal zorgen. In de Eurozone is het in die context vooral uitkijken naar de loononderhandelingen die op dit moment gevoerd worden in Duitsland, waar de belangrijke IG-Metall-vakbond haar stevige looneisen kracht wil bijzetten via stakingen.

Voor de economische activiteit en het monetaire beleid zijn de vooruitzichten voor de komende kwartalen vrij duidelijk, voor de inflatie is dat minder het geval. De meeste klassieke modellen geven aan dat de inflatie geleidelijk zou moeten toenemen, maar de voorbije jaren werd o.a. in de VS al geïllustreerd dat de inflatie in deze cyclus veel minder snel doorkomt dan de meesten hadden verwacht. Wij gaan er van uit dat in de loop van 2018 de inflatie in de belangrijkste economische regio’s geleidelijk wat hoger klimt. Tegen die achtergrond zullen ook de obligatierentes verder oplopen. Toch blijven die rentes allicht relatief laag. Een terugkeer naar de niveaus van voor de crisis van 2008, toen de tienjaarsrente lange tijd rond 4% schommelde, zit er niet in.

Gevolgen voor de beleggingsstrategie

Stijgende rentes zijn altijd slecht nieuws voor obligatiebeleggingen, gezien de bestaande obligaties daardoor minder waard worden. Het koersverlies van de obligatie is daarbij afhankelijk van de looptijd van de betrokken obligatie: hoe langer die looptijd, hoe groter het koersverlies bij een rentestijging. De vaste rente op de bestaande obligatie moet dan immers op een langere periode afgezet worden tegen de hogere actuele rente die van toepassing is voor nieuwe obligaties.

In onze beleggingsstrategie proberen wij al geruime tijd om de negatieve impact van een mogelijke rentestijging op de obligatieportefeuille te beperken door te kiezen voor relatief korte looptijden. Die negatieve impact volledig uitsluiten kan enkel door alle obligaties om te zetten in cash, maar voor een evenwichtige portefeuille is dat geen goed idee. Net als in 2015 en 2016 bestaat er ook nu een redelijke kans dat de rentestijging tijdelijk is. In die zin blijft de obligatieportefeuille ook in het huidige renteklimaat een verzekering tegen een vandaag onverwachte verslechtering van het economische klimaat.

Nu de rente in de lift zit, houden we vast aan de strategie van korte looptijden. Als de rentes voldoende doorstijgen komen er terug interessante niveaus om de looptijden in de obligatieportefeuille terug te gaan verlengen. Die interessante niveaus zullen duidelijk lager liggen dan de oude ‘normale’ niveaus, maar zijn we vandaag nog niet aan toe. Het actief inspelen op de renteschommelingen met de looptijden in de obligatieportefeuille blijft in het huidige renteklimaat hoe dan ook een prioritair aandachtspunt en een essentieel onderdeel van ons beleggingsbeleid.



Dit artikel werd geschreven door Bart Van Craeynest

op 2 februari, 2018

Bart Van Craeynest ging na zijn studies economie aan UFSIA aan de slag als econoom in de financiële sector. Hij volgt in deze functie al meer dan 15 jaar de Belgische en de internationale economische ontwikkelingen, en de impact hiervan op de financiële markten. Na een langere passage bij een grootbank werd hij in 2010 hoofdeconoom bij een Belgische financiële instelling. Sinds 2015 vervult Bart Van Craeynest bij Econopolis de rol van hoofdeconoom. Hij is medeverantwoordelijk voor de economische lijn van het huis en nauw betrokken bij het uittekenen van de beleggingsstrategie.

 

< Lees ons vorig artikel
Volgend artikel >