Twijfels over Amerikaanse bedrijfsschulden

Ondanks de ultra-lage rente viel de totale schulddynamiek in de Amerikaanse economie de voorbije jaren opmerkelijk mee. Sinds begin 2010 is de totale Amerikaanse schuldenberg vrij stabiel op 250% van het BBP. Die stabiliteit verbergt een belangrijke schuldafbouw van de gezinnen en een duidelijke toename van de schuld van de bedrijven. Die laatste grepen volop de lage rente aan om zich goedkoop te financieren. De totale bedrijfsschulden klommen daardoor van 66% van het BBP in 2010 naar 73% vandaag. Die schulddynamiek roept vragen op over de gevoeligheid van de Amerikaanse bedrijven voor stijgende rentes. De ‘debt service ratio’, het aandeel van het inkomen dat opgaat aan rente- en afbetalingen op de schuld, van de bedrijven zat de jongste jaren al duidelijk in de lift. De recente rentestijging zal die beweging nog verder duwen. Zo klom de 2-jaars obligatierente ondertussen van 0,5% midden 2016 naar 2,2% vandaag, met het grootste deel van die stijging in de voorbije zes maanden.

us-debt

Amerikaanse bedrijven konden hun winstgevendheid de voorbije jaren opkrikken via de combinatie van economisch herstel, belastingvoordelen en lage financieringskosten. De belastingverlaging van Trump zorgde sinds december voor een forse opwaartse herziening van de winstverwachtingen van de Amerikaanse bedrijven, maar die is ondertussen allicht grotendeels verwerkt in de verwachtingen. De impact van de zwaardere financieringskosten moet de komende kwartalen meer en meer gaan doorwegen.



Dit artikel werd geschreven door Bart Van Craeynest

op 23 februari, 2018

Bart Van Craeynest ging na zijn studies economie aan UFSIA aan de slag als econoom in de financiële sector. Hij volgt in deze functie al meer dan 15 jaar de Belgische en de internationale economische ontwikkelingen, en de impact hiervan op de financiële markten. Na een langere passage bij een grootbank werd hij in 2010 hoofdeconoom bij een Belgische financiële instelling. Sinds 2015 vervult Bart Van Craeynest bij Econopolis de rol van hoofdeconoom. Hij is medeverantwoordelijk voor de economische lijn van het huis en nauw betrokken bij het uittekenen van de beleggingsstrategie.