Zuidoost-Azie: verder kijken dan onze neus lang is

China, de grootste exponent van deze regio, kampt met een dalende groei en sommige media brengen het nieuws alsof het een negatieve groei is. Ronkende titels doen het aantal lezers immers toenemen en dat is altijd goed voor de reclame inkomsten. Voor we het weten dreigen we echter straks het kind met het badwater weg te gooien en dat zou een grove vergissing zijn.

Toegegeven, van al dat negatieve nieuws is onderliggend veel waar. Spooksteden zijn er geen fabels en dat hierdoor plaatselijke financieringsinstituten in moeilijkheden zullen komen, lijkt onvermijdelijk. China is echter het Westen niet en in Azië gelden andere normen en waarden. Herinner u 2008, toen ze bij de opkomende recessie als eersten een pakket steunmaatregelen van meer dan 500 miljard dollar bekend maakten, en nadien wellicht nog een veelvoud ervan aan Renminbi’s bleven bijdrukken.

In hun slipstream lieten ze niet alleen een pak Westerse bedrijven mee profiteren (Bekaert, VW etc.) maar ook de omliggende buurlanden spinden er garen bij. De Zuid-Koreaanse staalproducent Posco zou niet zover staan zonder de export naar zijn buurland, net als autoproducent Hyundai en een reeks anderen.

Vandaag praat men over een harde dan wel zachte landing en lijkt het erop dat China en de rest van de regio in een stabiliseringsfase terecht komen, met alle economische gevolgen vandien.

Dat zou voor beleggers en investeerders wel eens de grootste denkfout kunnen zijn.

Ook na enkele jaren van enorme groei blijft die regio een gigantische achterstand qua welvaart hebben. Terwijl wij hier een BBP van gemiddeld pakweg 40,000 $ per persoon hebben komen landen als China, India en Indonesië nog niet eens aan een kwart ervan. De link tussen BBP en beschikbaar loon is zonneklaar en dat betekent dat men ginder nog heel wat koopkracht achter staat.

Het zijn echter bezige bijtjes en al dan niet gesteund door lokale monetaire maatregelen zullen ze nijver werken om meer te kunnen spenderen. Op dit moment zou de bevolking in Chinese steden de landelijke voor het eerst overtreffen. De lonen liggen er doorgaans hoger en dat wordt eerst gespendeerd aan meer en beter eten, en comfortabeler wonen.

Schermafbeelding 2012-01-19 om 11.54.08.png

Nadien volgt echter de rest en de eerste voorbeelden werken aanstekelijk. Het “dat moet ik ook hebben” syndroom is eigen aan de mens en de producenten van verbruiks- en kapitaalsgoederen weten dat maar al te goed. Het meest illustrerende voorbeeld is wellicht de auto. De penetratie bedraagt er, vergeleken met het Westen, nog maar een tiende.

Moest men dezelfde grafieken kunnen maken voor apparaten zoals wasmachines, droogkasten en andere luxe dingen die bij ons nu gemeen goed zijn geworden, de curve zou wellicht identiek zijn.

Bovendien dienen we ons te realiseren dat we hier samen over bijna 3 miljard mensen spreken, enkel in de Zuidoost Aziatische regio. Dat is pakweg 40% van de wereldbevolking. Anders gezegd, de huidige toestand van de wereldeconomie is in de voorbije decennia gerealiseerd door nog geen 50% van de mensen, want o.a. ook Afrika ligt nog mijlenver achter.

In Zuidoost Azië is de trein echter aan het rijden, het zal niet altijd tegen dezelfde hoge snelheid zijn, maar rijden zal hij. De economische doemdenkende beleggers zouden zich dit zeer goed moeten realiseren.

Op korte termijn ziet het er uiteraard niet zo rooskleurig uit. De bedrijven zijn meestal wel gezond, ze hebben afgeslankt na de vorige recessie en de schulden zijn nog nooit zo laag geweest. Maar de absoluut noodzakelijke besparingen van de overheden, al dan niet gekoppeld aan mogelijke default scenario’s van een paar landen, kunnen op zijn minst voor zeer zware turbulentie zorgen. De bekende Dr. Faber, mister Doom, sp…



Econopolis

This article was written by Econopolis

on 20 January, 2012 about China, Financial, Mobility